Log in

09-10-2017

Soldatendag 2017

Het is weer zover. De jaarlijkse bloemenhulde op de door mijzelf in het leven geroepen ‘Soldatendag’. De dag waarop ik hulde breng aan mijn overleden vader en bij leven, soldaat. Aan Elmer, in Margraten en Richard in Brunssum. Deed ik dat in eerdere jaren samen met mijn oudste achterneefje, thans is, op dringend verzoek van hemzelf, de jongste ook aanwezig. Het is koud, kil, winderig, vochtig, grijs en grauw. Maar het lijkt de twee stoeren niet te deren. Hulde brengen is hulde brengen, een beetje kou en regen is dan niet belangrijk. Ze hoeven dan ook geen muts of extra regenjack aan. Wat soldaten kunnen, kunnen zij ook. Zo lijken zij afgesproken te hebben.

‘Margraten’ is stil, op wat dartelende kwikstaartjes na. De fijne regen floerst de gezichten, de koude wind laat oogjes tranen. In hun handen de vaas en de bloemen. Rap op weg naar Elmer. Een deel van hun kleinemensengesprek wil ik de lezer niet onthouden.

Jongste (4): “Dat zijn veel ‘kruuskes’. Zijn dat allemaal soldaten? Waar zijn die dan?” Oudste (8): “De soldaten liggen allemaal onder zo’n ‘kruuske’ begraven.”
“Waarom liggen die soldaten daar?” “Zij zijn in de oorlog doodgeschoten toen zij Europa kwamen bevrijden.”
“Wat is Europa?” “Een groot land.” “Is dat groter dan hier?” “Veel groter.”
“Oh… en bij wie gaan we bloemen leggen?” “Bij Elmer. Dat is de soldaat van ‘nónk’ Edmond.”
“Jij helpt wel mee, hè.” “Jazeker. We doen dat samen.”
“Gelukkig…”

En niet veel later staan ze aan het graf, gaat de vaas de grond in en om beurten plaatsen zij een bloem in de vaas, totdat de vaas gevuld en de bloemen netjes gerangschikt zijn. Dan treden zij zwijgend terug en brengen een kinderlijke doch respectvolle groet voor de held van ‘nónk’ maar nu ook hún held. Wanneer dan toch de koude vat op de twee krijgt, zijn enkele blikken naar elkaar genoeg om hand in hand de terugtocht naar de warme auto (‘de verwarming doet het toch wel, hè Edmond') te aanvaarden. Gezeten in de auto zie ik, kijkend in de achteruitkijkspiegel, hoe de jongste zijn blikken over het kerkhof laat gaan. Die blikken zeggen meer dan woorden kunnen schrijven…

Na Margraten volgt Berg en Terblijt, waar ‘opake’ wacht. De jongste, nu al enigszins bedrevener weet wat van hem verwacht wordt en samen met zijn grote broer tonen zij hoe een bloemenhulde eruit kan zien, ook al is er dan geen vaas voorhanden. Bedreven kwijten zij zich van hun taak en als een perkje spreiden zij de bloemen voor de grafsteen. Dat ook hier de groet wordt gebracht is eigenlijk vanzelfsprekend. Voor hun ‘opake’, mijn vader. Minder vanzelfsprekend in deze tijd is wellicht het feit dat zij hun handjes vouwen en enige momenten van serene rust in acht nemen om vervolgens, lichtelijk dartelend, want ‘hee de zon sjient’ terug naar de auto te wandelen om ook nog een gezellig tussendoors zondagmorgenbezoekje aan ‘omake’ te brengen.
Na dat bezoekje met een fotosessie met het trotse ‘omake’ gaan we weer op weg. Naar Richard.

Jongste: “Huh… dat zijn andere graven.” Oudste: “Die soldaten komen uit een ander land.”
“Liggen die ook in die graven?” “Jazeker.”
“Jij weet waar het graf van… hoe heette hij ook alweer, is?” “Richard. Jazeker, daarachter. Bijna achteraan. En hij heeft al een vaas, zie ik.”

Dus gaan de bloemen, nadat uit een andere vaas wat water wordt geleend, netjes geordend in de steekvaas en moet ik dan nog vermelden dat ook hier die kinderlijke, maar niet minder martiale groet wordt gebracht en aansluitend enige stilte? Voor hun soldaat. En ook de mijne…

edmond01  edmond02

Edmond Ackermans

Log in or Sign up